Amhen-for-gambia.jouwweb.nl
Welkom » Informatie Gambia 02

 Typisch Gambiaanse uitdrukkingen in contact met Europeanen:

 

"GMT": Gambia Maybe Time (men neemt het niet zo nauw met tijdsafspraken)

Of: "Don't worry we have the time you have your clock"

(Maak je niet zo druk, jullie zijn van de klok, maar wij hebben alle tijd.)

"TIA": This is Africa  (Dit is Afrika en alles gaat hier nu eenmaal anders dan  elders)

"Check check" of "nice to be nice" (Men vind het belangrijk om aardig gevonden te worden)

"Bosslady or Bossman": (Zo wordt je aangesproken als ze je naam niet (meer) weten)

"Toubab" (Kinderen roepen dit naar blanken, het is een benaming voor blanken uit de slaventijd)

"Anything?" (kinderen houden hun hand op en vragen of je "wat dan ook" kunt missen.)

"Minty?" ( Kinderen roepen dit heel vaak , het is het Gambiaanse woord voor snoepjes)

"Minty Banta " Zeer handig om te weten, het betekent het snoep is op.

 

Minder direct:  Wij zijn als Europeanen vaak nogal direct als we iets willen weten of zeggen. Je zult ervaren dat de Gambianen dat niet zijn. En dat te directe vragen of opmerkingen hen zelfs kunnen afschrikken. Als je in hun ogen iets te direct zegt of vraagt wordt het dan ook vaak genegeerd. Soms helemaal, maar soms ook, krijg je later als men er even over heeft nagedacht, alsnog je antwoord. Ook zijn er bepaalde onderwerpen waar men liever niet over praat. (bijgeloof, geloof, geldzaken, ziektes, de regering, familiebetrekkingen en dergelijke) Als je niet direct een antwoord krijgt dring dan niet teveel aan, maar wacht even af. 

 

Handen schudden:  Geef altijd je rechterhand als je iemand begroet. De linkerhand wordt door de meeste Islamieten als onrein beschouwd. Het is hun zogenaamde  "toilethand". Anderzijds wanneer je een hand ten afscheid geeft en mensen willen je graag terug zien,  geven zij je soms juist wel de linkerhand en dat betekent dan weer dat ze hopen dat jullie elkaar snel zult weerzien.

 

*** The people of the Gambia IV ***

 Wederom met dank aan George Krol voor het materiaal

 

Economie:  Gambia is een Derde Wereld land en dus een ontwikkelingsland. Het Bruto Nationaal Product (BNP) per inwoner bedraagt minder dan 1% van de gemiddelde Nederlandse waarde.  De economie van Gambia is hoofdzakelijk een agrarische economie. Ongeveer 80% van de beschikbare banen bevinden zich in de landbouwsector. De pinda is ver uit het belangrijkste landbouwproduct. Aan de kust zijn ook het toerisme en de visserij van groot belang. Gambia heeft weinig industrie en moet vrijwel alles wat verder nodig is invoeren. De overheid ondersteunt nieuwe industrie ook niet echt. Om die reden is Gambia geen goedkoop land voor de eigen inwoners.

 

Een zeer groot deel van de bevolking is officieel werkloos. Toch hebben veel Gambianen meerdere (tijdelijke) "bij-banen" (o.a. helpen bij de pinda-oogst, langs de weg verkopen van groenten uit eigen tuin, e.d.) Positieve economische elementen zijn de stijgende import cijfers, vooral in de bouwsector. Het aantrekkende toerisme, en het aantrekken van inkomsten van Gambianen die in het buitenland werken en geld naar huis sturen. Heel langzaam is zich een Gambiaanse middenstand aan het ontwikkelen in het MKB. Tot voor kort werd deze sector vooral gedomineerd door in Gambia wonende Libanezen of Liberianen. Het verschil tussen arm en rijk in Gambia is vaak gigantisch groot,

 

Toerisme: Het toerisme in Gambia is sterk in opmars, maar de toeristische infrastructuur is niet te vergelijken met die van de meeste Middellandse Zee bestemmingen. De Engelsen toeristen vormen de grootste groep. Maar ook uit Nederland, België en de Scandinavische landen trekken elk jaar vele mensen naar Gambia. Terwijl er in 1967 nog slechts 2 hotels met in totaal 55 bedden waren, telde Gambia in 1992 al bijna 66.000 toeristen. En hebben in 2013 circa 125.000 toeristen Gambia bezocht. Toeristen omschrijven Gambia vaak als een verslaving, of je haat het land of je bent verknocht en blijft terugkomen.

 

Helaas heeft het toerisme min 2014 veel te lijden gehad onder de "Ebola epidemie . Alhoewel deze ziekte nooit in Gambia, of zelfs niet in het omliggende land Senegal is voorgekomen, werd door de media in Europa alles zo opgeblazen dat mensen niet meer durfden te reizen naar Afrika. Dit veroorzaakte een daling van 60% in het percentage toeristen dat in 2014 Gambia bezocht. Voor een land dat zo afhankelijk is van toeristen een grote ramp, die tot vele ontslagen en gesloten hotels en horeca voorzieningen heeft geleid. Gelukkig lijkt nu sinds half 2015 het toerisme weer langzaam aan te trekken.  Helaas kwam eind 2016 ook de presidentswisseling die niet echt "gladjes" verlopen is. Wederom kwam daardoor een flinke terugval in het toerisme. Momenteel probeert Gambia weer op te krabbelen en zich een nieuwe weg te vinden onder het nieuwe beleid.

 

Verschillende Trybes (stammen): Vele stammen leven in vrede naast elkaar, met over en weer wat vriendelijke plagerijtjes over elkaars achtergrond. Maar echt grote problemen tussen de verschillende stammen zijn er gelukkig niet. De Mandinka stam vertegenwoordigt het overgrote deel (42%) van de bevolking, daarna komen de Fula (18%) en de Wolof (16%). Deze talen worden ook door veel jongere Gambianen vaakallemaal wel gesproken en begrepen. Maar elke stam heeft zijn eigen gebruiken, cultuur en spreektaal, de diverse talen zijn helaas nergens vastgelegd als schrijftalen. De Nationale voertaal is echter Engels. Behoudens de ouderen en de hele jonge kinderen spreekt vrijwel iedere Gambiaan dus Engels. Ook de voertaal in de scholen is Engels (of Arabisch voor het godsdienstonderwijs). 

 

Gambianen spreken overigens doorgaans beter Engels dan dat zij het kunnen schrijven. Vaak worden de woorden precies zo geschreven als zij ze uitspreken, wat nog wel eens tot verwarring kan leiden. Huwelijken worden vaak wel binnen dezelfde trybe gesloten, maar ook gemengde huwelijken komen voor. Tijdens de voltrekking van zo'n gemengd huwelijk worden dan de gebruiken van beide trybes uitgevoerd. Zo wie zo zijn de trybe gebruiken nog alom vertegenwoordigd in Gambia en worden als zeer belangrijk ervaren. 

 

Godsdienst:

De meeste Gambianen zijn Islamitisch, de rest is Christen. Je zult ervaren dat Gambianen de naam van "Allah" of "God"  of "His Grace" vaak gebruiken en over alles zijn zege of goedkeuring vragen. Een veel gehoorde opmerking is ook "Inshallah". Wat vertaald wordt als "met Gods wil". Gambianen zijn overigens naast erg gelovig, ook vaak nog erg bijgelovig. Daarvan zijn vele oude gebruiken nog terug te vinden in het dagelijks leven. Men zal dit overigens niet snel toegeven ! Zo zullen nog veel Gambianen een bezoekje brengen aan een Marebout (medicijnman) om een djoe-djoe (talisman) te halen om zodoende het geluk een handje te helpen. Deze "djoe-djoes" worden door vrouwen en kinderen vaak aan een koord rond hun middel gedragen.  Deze marabouts worden vaak ook eerder geloofd dan een afgestudeerd arts.

 

Op het gebied van tolerantie van godsdienst kan Gambia kan echt als voorbeeld voor de rest van de wereld dienen. De mensen leven allemaal in vrede naast elkaar en bestrijden elkaars geloof niet. Zo worden landelijk niet alleen alle Islamitische feestdagen gevierd, maar ook alle bekende Christelijke feestdagen. Tevens zie je ook gemengde huwelijken (veelal islamitische mannen met christelijke vrouwen, andersom komt minder voor) De kinderen uit die gezinnen kiezen, als ze al wat ouder zijn, vaak zelf welk geloof ze willen aannemen.